Core Web Vitals en de INP metric: wat je moet weten
Gepubliceerd: 5 september 2026 - Leestijd: circa 10 minuten
Core Web Vitals zijn Googles kernmaatstaven voor gebruikerservaring: LCP, INP en CLS. INP (Interaction to Next Paint) meet hoe snel je pagina reageert op interacties en verving in maart 2024 FID. Een INP onder 200 milliseconden geldt als goed en draagt bij aan een betere ranking.
Wat zijn Core Web Vitals?
Core Web Vitals zijn drie meetwaarden waarmee Google de gebruikerservaring van een pagina beoordeelt. Ze kijken niet naar de inhoud, maar naar hoe een bezoeker je site ervaart: laadt hij snel, reageert hij vlot en blijft de lay-out stabiel? De drie maatstaven zijn:
- LCP (Largest Contentful Paint): hoe snel het grootste zichtbare element in beeld komt.
- INP (Interaction to Next Paint): hoe snel je pagina reageert op wat een bezoeker doet.
- CLS (Cumulative Layout Shift): hoe stabiel de lay-out blijft tijdens het laden.
Binnen dit drietal is INP de responsiviteitsmeter. Waar LCP over snelheid van laden gaat en CLS over visuele stabiliteit, meet INP of je site prettig aanvoelt zodra iemand ermee aan de slag gaat. Google gebruikt deze cijfers om te bepalen of een pagina een goede ervaring biedt.

Wat is de INP metric (Interaction to Next Paint)?
INP staat voor Interaction to Next Paint en meet de interactielatentie: hoe snel je pagina visueel reageert nadat een bezoeker klikt, tikt of een toets indrukt. Klik je op een knop, dan verwacht je vrijwel meteen een reactie op het scherm. INP legt vast hoeveel milliseconden er zitten tussen die actie en het moment dat de pagina zichtbaar antwoordt.
Het bijzondere is dat INP de responsiviteit over de héle bezoekduur meet. De metric verzamelt alle interacties tijdens een bezoek en kijkt naar de traagste, representatieve reactie. Zo krijg je een eerlijk beeld van hoe soepel je site aanvoelt, en niet alleen van het eerste klikmoment.
INP vervangt FID sinds maart 2024
In maart 2024 nam INP officieel de plek in van First Input Delay (FID) binnen de Core Web Vitals. FID mat alleen de vertraging bij de allereerste interactie op een pagina, en dan uitsluitend het deel tot de browser begon met verwerken. Dat gaf een onvolledig beeld.
INP kijkt breder. In plaats van één interactie meet het alle interacties én de volledige reactie, inclusief verwerking en het opnieuw tekenen van het scherm. Daarmee laat INP veel beter zien hoe je site zich gedraagt terwijl een bezoeker echt aan het klikken en scrollen is. Voor veel WordPress-sites betekent die overstap dat verborgen traagheid, die FID niet oppikte, nu wél zichtbaar wordt.
De drie fases van een interactie
Elke interactie die INP meet bestaat uit drie fases. Samen bepalen ze de uiteindelijke INP-waarde:
- Input delay: de tijd tussen de actie van de bezoeker en het moment dat de browser de bijbehorende code kan starten. Vaak veroorzaakt door taken die de browser nog aan het afwerken is.
- Processing time: de tijd die nodig is om de event handlers uit te voeren, oftewel de code die op je klik of tik reageert.
- Presentation delay: de tijd die de browser nodig heeft om het scherm opnieuw te tekenen en het resultaat zichtbaar te maken.
Een trage score kan in elk van deze fases ontstaan. Weet je welke fase het zwaarst weegt, dan weet je ook waar je moet ingrijpen om je responsiviteit te verbeteren.

Wat is een goede INP-score?
Google hanteert duidelijke drempelwaarden voor INP, uitgedrukt in milliseconden:
- Goed: onder 200 milliseconden.
- Matig: tussen 200 en 500 milliseconden.
- Slecht: boven 500 milliseconden.
Belangrijk detail: Google telt niet je gemiddelde, maar de 75e percentiel van je bezoekers. Dat betekent dat minstens driekwart van je bezoekers een INP onder de 200 ms moet ervaren om als 'goed' te scoren. Zo tellen ook de bezoekers met tragere apparaten of een matige verbinding mee, en niet alleen de mensen met snelle hardware.
Waarom INP lastiger te optimaliseren is dan FID
Omdat FID alleen de eerste interactie en enkel de input delay mat, was die score relatief makkelijk goed te krijgen. INP is veeleisender: het meet álle interacties en neemt ook de verwerking en het opnieuw tekenen mee. Zware JavaScript, een overbelaste main thread en trage event handlers worden daardoor pijnlijk zichtbaar.
Draait je site op veel plugins of scripts die de main thread bezet houden, dan merkt een bezoeker dat bij elke klik. INP legt precies dat gedrag bloot. De keerzijde is dat je met gerichte optimalisatie ook echt vooruitgang boekt die bezoekers voelen. Wil je breder aan de slag met snelheid, dan helpt onze uitleg over een snellere WordPress-website je op weg.
INP verbeteren: praktische tips
Een betere INP begint bij het ontlasten van de browser. Deze aanpassingen leveren vaak direct winst op:
- JavaScript optimaliseren en opsplitsen: laad alleen wat een pagina echt nodig heeft en splits grote bestanden op, zodat de browser niet in één keer alles hoeft te verwerken.
- Main thread ontlasten: verplaats zwaar rekenwerk waar mogelijk weg van de hoofdthread, zodat interacties niet in de wachtrij belanden.
- Lange taken opknippen: hak taken die langer dan 50 ms duren op in kleinere stukken, zodat de browser tussendoor op klikken kan reageren.
- Event handlers efficiënt maken: houd de code die op interacties reageert kort en snel, zodat de processing time laag blijft.
- Overbodige scripts verwijderen: schrap trackers, widgets en plugins die je niet gebruikt maar wel de main thread belasten.
Slimme caching in WordPress en het optimaliseren van je afbeeldingen ondersteunen dit werk, omdat ze de browser rust geven om vlot op interacties te reageren. Loop je vast in de techniek? Onze WordPress-optimalisatie neemt dat werk graag uit handen.
Veelgestelde vragen over INP en Core Web Vitals
INP is de Core Web Vital die meet hoe snel je pagina visueel reageert op interacties zoals klikken, tikken en toetsaanslagen. De metric kijkt naar alle interacties tijdens een bezoek en geeft zo een eerlijk beeld van de responsiviteit van je site.
Een INP onder 200 milliseconden geldt als goed. Tussen 200 en 500 ms is matig, boven 500 ms is slecht. Google beoordeelt de 75e percentiel van je bezoekers, dus minstens driekwart moet die goede score ervaren.
FID mat alleen de vertraging bij de eerste interactie, en dan enkel de input delay. INP meet alle interacties tijdens een bezoek plus de volledige reactie, inclusief verwerking en het opnieuw tekenen van het scherm. INP geeft daardoor een completer beeld.
FID gaf een te rooskleurig en onvolledig beeld, omdat het alleen de eerste interactie mat. INP nam in maart 2024 de plek over omdat het de responsiviteit over de hele bezoekduur meet en zo veel beter aansluit bij wat een bezoeker daadwerkelijk ervaart.
Gebruik PageSpeed Insights en Google Search Console voor je scores op basis van echte bezoekersdata, en Chrome DevTools plus de Web Vitals-extensie om oorzaken op te sporen en live mee te kijken tijdens het klikken.
Ja, Core Web Vitals zijn onderdeel van Googles beoordeling van de paginakwaliteit. Een goede score helpt je zichtbaarheid, waarbij relevante en waardevolle content net zo goed meeweegt. Wil je weten hoe je site ervoor staat? Vraag dan een website-audit aan.
Field data versus lab data bij het meten van INP
Bij het meten van INP maakt het uit welk type data je gebruikt. Er zijn twee soorten:
- Field data: echte gegevens van echte bezoekers, ook wel Real User Monitoring genoemd. Deze cijfers weerspiegelen hoe uiteenlopende apparaten, verbindingen en gebruikersgedrag je site ervaren.
- Lab data: gesimuleerde metingen in een gecontroleerde testomgeving, handig om problemen na te bootsen en op te sporen.
Voor INP telt uitsluitend field data betrouwbaar mee. INP meet immers alle interacties tijdens een echt bezoek, en die kun je in een lab niet volledig nabootsen. Een testtool klikt nu eenmaal niet zoals een echte bezoeker door je site heen. Labdata is prima om oorzaken te onderzoeken, maar je officiële INP-score komt altijd uit veldgegevens.

Tools om INP te meten
Je hebt meerdere gratis tools om je INP in de gaten te houden. Elk heeft zijn eigen sterke kant:
- PageSpeed Insights: toont zowel field data als labdata en geeft concrete verbeterpunten per pagina.
- Google Search Console: bundelt de Core Web Vitals van je hele site op basis van echte bezoekersdata, ideaal om te zien welke pagina's aandacht vragen.
- Chrome DevTools: hiermee analyseer je zelf de code en zie je welke taken de main thread bezig houden.
- Web Vitals-extensie: laat je live in de browser meekijken naar LCP, INP en CLS terwijl je door je site klikt.
Combineer je Search Console voor het overzicht met DevTools voor de diepte-analyse, dan heb je snel in beeld waar de knelpunten zitten.
Samenhang tussen INP, LCP en CLS
INP staat niet op zichzelf. Samen met LCP en CLS vormt het het complete plaatje van je gebruikerservaring. LCP zorgt dat je pagina snel zichtbaar is, INP dat hij vlot reageert en CLS dat hij niet onverwacht verspringt terwijl iemand leest of klikt.
Voor een sterke gebruikerservaring moeten alle drie de metrics goed scoren. Een site die razendsnel laadt maar traag reageert op klikken, voelt alsnog stroef. En een responsieve pagina die halverwege het laden verspringt, frustreert net zo goed. De metrics versterken elkaar, zeker op mobiel. Onze tips voor een mobielvriendelijke website sluiten daar mooi op aan.
Heb je nog vragen?

Geef een reactie